Legendre Leest:
10-01-10
Eén maal per maand kiest Marc Legendre er voor onze site een strip uit.POURQUOI J’AI TUÉ PIERRE (Waarom Pierre Dood Moest)
Alfred – Olivier Ka
‘Pourquoi j’ai tué Pierre’ van Olivier Ka (1967) en Alfred (1976) verscheen in 2006 en won meteen één van de vele prijzen op het festival van Angouléme, zeg maar dáár waar de oscars van de strip worden uitgereikt. In het geval van ‘Pourquoi j’ai tué Pierre’ is het applaus in elk geval verdiend : het is op alle gebied een schitterend boek.
Het verhaal.
Olivier (Ka) groeit op tussen behoorlijk vrijdenkende ouders in een beetje een hippieachtig milieu waar naakt heel gewoon en alledaags is. Geen preutse toestanden en da’s goed om weten. Als Olivier 12 is, gaat hij met z’n vriendjes op vakantiekolonie. Die kolonie wordt geleid door Pierre, een pastoor en vriend aan huis. Op een dag vraagt Pierre aan Olivier om hem te strelen. Dat wil Olivier niet. Verder gebeurt er niets. Er volgt geen verkrachting of aanranding. De vakantie is voorbij en Olivier gaat weer naar huis maar is getekend voor de rest van zijn leven.
Sensatie!
Het ligt voor de hand om zo een gegeven sensationeel uit te werken. Maar dat doen Alfred en Ka geenszins. Noch wordt het, zoals de titel zou doen vermoeden, een door blinde haat gestuurde afrekening. Integendeel. Het relaas wordt met enig schaamtegevoel gedaan en de toon blijft gevoelig zonder sentimenteel te worden. Ka neemt de tijd om de characters voor te stellen, de personages uit te werken en het decor te schetsen. Heel langzaam bouwt hij de spanning op. Op het ogenblik dat Pierre aan Olivier vraagt om hem aan te raken, is het voor Olivier maar ook voor de lezer even slikken. Olivier verliest zijn onschuld maar ook de lezer voelt zich verraden.
Grafisch.
Alfred slaagt erin om dit autobiografische verhaal een kinderlijke onschuld mee te geven die de ontnuchtering des te schrijnender maakt. De stijl oogt braaf maar de vredige romantiek is vals. Wanneer Alfred in de oppervlaktelaag kerft, legt hij het onderliggende trauma bloot. Tekentechniek, kleurgebruik, lay out, bladverdeling, het gebruik van foto’s en kopieën dienen het verhaal maar maken het werk ook grafisch interessant.
Besluit.
Ook al zou dit boek makkelijk kunnen gelezen worden op scholen om aan de kinderen duidelijk te maken dat je ook –nee- kan zeggen als iemand iets vraagt wat je eigenlijk niet wil, toch is ‘Pourquoi j’ai tué Pierre’ vooral een vlijmscherpe en ongenadige analyse van wat het met een kind doet wanneer vertrouwen beschaamd wordt. Het boek ligt vanaf woensdag in het Nederlands op de schappen, dus ik zie geen reden om het niet te kopen. Of het moest de crisis zijn.
M.

