Legendre Leest
Enkele Franse pareltjes...
l’ Étranger Mystérieux
Mark Twain & ATAK
2012, Albin Michel Jeunesse
HORS-ZONE
Blexbolex
2012, Cornélius
Deze keer ineens twee boeken tegelijk onder de loep.
‘l’ Étranger Mystérieux’ en ‘Hors-Zone’ hebben enkele gemeenschappelijke kenmerken. Zo lijken ze allebei meer op een geïllustreerd kinderboek dan op een strip en zijn ze allebei gemaakt door ‘een echte Artiest’ die Kunst met een grote K maakt, of wat daar tegenwoordig voor moet doorgaan. Dat houdt dus in dat er zeker mensen zullen zijn die ze slecht getekend vinden. Immers, het ‘dat kan mijn zusje van vier ook’-gevoel is bij dit soort dingen nooit ver weg.
En toch.
Laten we er voor de gemakkelijkheid van uitgaan dat de meeste lezers al eens over Mark Twain gehoord hebben. Het werk van deze in 1835 in Florida geboren journalist en romancier behoort dan ook tot de wereldliteratuur. De man groeide op in Mississippi en veel daarvan vind je terug in Tom Sawyer en de avonturen van Huckleberry Finn. Maar de mens werd door het noodlot achtervolgd en verloor eerst z’n lieve vrouw en later ook z’n twee dochters. In die periode schrijft hij ‘l’ Étranger Mystérieux’.
Waar gaat het over?
Drie dikke vrienden Nikolaus, Seppi en Theodor ontmoeten in het Oostenrijkse Eseldorf van 1590, een vreemdeling. Later zal blijken dat de vreemdeling een engel is, Satan genaamd. Aanvankelijk is het drietal wantrouwig, maar algauw vinden ze de aanwezigheid van de engel niet enkel geruststellend, maar ook noodzakelijk. Omdat hij een engel is, kan Satan goed noch kwaad doen en die houding zorgt nogal eens voor verwarring of verontwaardiging. Menselijke wezens zijn immers ferme hypocrieten die wat huiverig staan tegenover eerlijkheid of rechttoe rechtaan zijn. De engel heeft niks met de mensheid die voor hem is zoals een spin voor een olifant. Het laat hem allemaal onverschillig. Maar hij wil het mensdom wel leren wat ons van de andere schepselen onderscheidt: de mogelijkheid om te kiezen tussen goed en kwaad.
En zoverder enzovoort.
Het mag een kinderlijk eenvoudig sprookje lijken, als het boek uit is, blijkt het veel meer dan een kinderlijk eenvoudig sprookje te zijn.
Zo doen grote schrijvers dat.
En de tekenaar?
Georg Barber, ATAK voor de fans, werd in 1967 in Frankfurt geboren en is Kunstenaar (let op de hoofdletter). Hij beweegt zich met overgave en graagte in de wereld van de avant-garde, maar met net zoveel gemak in die van de underground. Niettegenstaande die façade van bohémien, geeft hij ook les want ‘de stoof moet branden’.
Of ATAK een net zo grote meneer als zijn scenarist is, daarover zullen de meningen dus verdeeld zijn. Zijn tekeningen mogen dan neigen naar wat in bepaalde kringen elitair gedoe genoemd wordt, tegelijk ogen ze ook heel erg populair, als zijn ze gemaakt door een overenthousiaste foorschilder. De man is in ons land vooralsnog een nobele onbekende en de kans dat hij snel doorbreekt is niet erg groot. Het lijkt erop dat dit zijn streefdoel ook niet is. Hij heeft, niet zonder reden, meer tentoonstellingen dan strips op zijn palmares.
Blexbolex’ ‘Hors-Zone’ zou je een vervolg kunnen noemen op zijn ‘Crimechien’ waarin het einde der tijden een bepalende rol toebedeeld krijgt. Het boek laat zich makkelijk samenvatten: mensen willen overleven, maar je mag doen wat je wilt om aan het noodlot te ontsnappen, uiteindelijk heb je geen inspraak in wat er met je gebeurt.
Inderdaad, dit lijkt veel minder op een kinderlijk eenvoudig sprookje en het duurt niet lang voor je hier als lezer van doordrongen bent. Nihilisme is misschien een groot woord, maar het lijkt er erg op.
Blexbolex, Bernard Granger voor zijn ouders, werd in1966 in Douai (Noord-Frankrijk) geboren en groeide op in de Auvergne. Het duurde even voor hij z’n ware roeping vond, maar nadat hij in Angoulème zeefdruk gestuurd had, wist hij dat hij Kunstenaar wou worden (let ook in dit geval op de hoofdletter). Dankzij z’n opleiding kon hij z’n eerste boekjes makkelijk zelf drukken en hij verspreidde ze via het ouwe getrouwe underground circuit.
Omdat ook zijn stoof moet branden, zoekt hij werk in de grafische sector en schopt het binnen één en hetzelfde bedrijf van opmaker tot uitgever, waardoor het publiceren van z’n eigen werk helemaal een fluitje van een cent wordt.
Maar de man heeft ontegensprekelijk kwaliteiten. Zo ontvangt hij voor ‘Leute’ in 2009 de Golden Letter of the Leipzig Book Fair in de categorie ‘the best book design of the world’.
Maar is hij een net zo goede tekenaar als vormgever?
Alweer zullen de meningen verdeeld zijn. Blexbolex tekent namelijk zoals hij drukt. Met ‘platte’ kleurvlakken en eenvoudige vormen roept hij meer op dan hij toont. Het lijken dingen om tegen de muur te hangen, meer dan boekillustraties. Maar deze techniek wordt algauw een herkenbare ‘patte’ en internationaal valt zijn werk op op beurzen en festivals, waar deze stijloefeningen bon ton zijn.
En nu liggen beide boeken dus in je favoriete stripzaak.
Liggen ze daar op hun plaats, met andere woorden, zijn het strips?
‘Het Vlaams Fonds voor de Letteren beschouwt als strip een opeenvolging van getekende of geschilderde beelden waartussen een narratief verband bestaat,’ staat in hun ‘huisreglement’.
Je zou dus kunnen stellen dat ‘Hors-Zone’ en ‘l’ Étranger Mystérieux’ weldegelijk strips zijn. Maar het zal niemand verbazen dat de wenkbrauwen wel eens opgetrokken worden bij het doorbladeren van deze werkjes.
Of het om Kunstwerkjes gaat, moet je zelf beslissen.
De ene houdt van Picasso, de ander vindt er niks aan.
Noch ATAK, noch Blexbolex hebben het talent van het Spaanse genie, maar dat kan je van heel wat hedendaagse kunstenmakers zeggen. Vroeger bleven experimenten vaak aan het oog van de buitenwereld onttrokken, tegenwoordig worden probeersels uitgegeven met steun van deze of gene want voor alles is er een publiek. Wat geweldig is, is dat het gemaakt, gedrukt en verspreid wordt.
Wie wil, kan er aan.

